CONVENTIONELE BRANDDETECTIE

 

Een conventioneel branddetectie systeem omvat een centrale met daarop een x-aantal detectoren aangesloten.
Bij conventionele branddetectie zal het gebouw in zones ingedeeld worden, afhankelijk van de oppervlakten, brandcompartimenten en opgeslagen goederen. De detectoren zullen bij inwerking treden, een zone aanduiden op de centrale waar er een detectie heeft plaatsgevonden.
Bijvoorbeeld : verdieping 1 ; kelder ; computerruimte ...

Tevens kunnen er op de branddetectiecentrale drukknoppen, sirenes en telefoondoormelders worden aangesloten.

Deze centrale kan uitgerust worden met één of twee bluskaarten voor automatische blusinstallaties.

De centrale is Bosec gekeurd.

Modulaire Branddetectie centrale

De modulaire, compacte en voordelige ALPHA 4/8/12 vormt de gepaste oplossing voor kleine installaties.
De branddetectiecentrale wordt gestuurd door een microprocessor met SMD-technologie en dankzij het programmeren van op het bord is het eenvoudig te gebruiken en te installeren.
De basisversie is met zijn 4 zones en knap design geschikt voor kleine installaties. Dankzij de optiemodules kan de ALPHA 4/8/12 uitgebreid worden tot maximum 12 detectiezones (384 conventionele punten) of maximum 2 bluszones (1 bluszone per blusmodule).

Bluskaart

Fase 1:

Rood lampje brandt
Minstens een detectielijn verbonden met de bluslijn is in alarm.
Fase 2: Rood lampje brandt
Bluscyclus (vertraging) aan de gang. Minstens twee detectielijnen verbonden met de bluslijn zijn in alarm.
Blussen Rood lampje brandt
Bluskleppen zijn geopend.
Inhibitie Geel lampje brandt
De opdracht voor de opening van de bluskleppen wordt voorkomen door de inhibitieingang van de lijn.
Buiten werking Alleen geel lampje brandt
toont aan dat de DEAG-module buiten werking is.
Defectidentificatie Dankzij de 7 knipperende gele controlelampjes kan de mogelijke oorzaak van het defect worden geïdentificeerd.
1 – Blusactuatorenlijn
2 – Evacuatiesignaallijn
3 – Manuele bediening bluslijn
4 – Inhibitielijn (aut/man)
5 – Contact voor de lagedruklijn
6 – Externe voeding niet aangesloten
7 – Lage druk
Alleen manuele modus Geel lampje brandt
Manuele modus in werking
De brandmeldknoppen zijn uitgevoerd in rode ABS kunststof en conform EN 54-11.
Een breekbaar glaasje, dat
voorzien is van een beschermfolie,
houdt een microschakelaar
in rust.
Door te drukken breekt het glaasje en wordt de schakelaar geactiveerd.
Door middel van een testsleuteltje kan de drukknop op een eenvoudige manier geactiveerd worden

Brandmeldknop

Optische detector

In de optische detector wordt lichtreflectie gebruikt voor het detecteren van rook.
De rook komt in de detectiekamer langs een insectenfilter en een optisch labyrint.
De constructie is zodanig opgevat dat rook wordt
doorgelaten doch damp en mist condenseert op de
oppervlakte en alzo ongewenste alarmen voorkomt.
De detectiekamer heeft een LED die infrarood-lichtpulsen uitzendt. Onder een hoek van 90° is een fotodiode als ontvanger gemonteerd, zodanig dat deze geen rechtstreeks licht van de zender ontvangt.
Als er door het optisch labyrint rook in de meetkamer komt, zal het licht van de IR-LED hierop reflecteren en de IR-ontvanger bereiken. Het ontvangen signaal is in verhouding met de dichtheid van de rook en zijn karakteristieken

Wenst u meer informatie of een ontwerp voor uw specifiek probleem, neem dan contact op met ons en wij komen ter plaatse om alles te bespreken en u een mogelijke oplossing aan te reiken.
Wij hebben een eigen plaatsingsdienst.

 

Contacteer ons vrijblijvend voor een afspraak of een offerte.